Reis naar Rouen en Amiens 2011

De organisatoren van de reis naar Rouen en Amiens, Willy Smit en Linda Eggen, kunnen wederom tevreden terugkijken op een zeer geslaagd weekend. Zij krijgen het ieder jaar weer voor elkaar om een zeer boeiend programma samen te stellen waarin een ieder zich kan vinden.
Verder zien zij kans om een bijzondere sfeer te creëren waarin iedere deelnemer zich thuis voelt.
Namens alle deelnemers hartelijk dank voor jullie inzet.

 

Vrijdag 23 september om 06.00 uur vertrok de bus vanuit Den Helder langs Alkmaar richting Oosterhout waar nog een aantal deelnemers werden opgepikt en tijd was voor een koffiepauze. De reis verliep zeer voorspoedig. Onze buschauffeur, Jan, reed pittig doch zeer veilig naar Amiens. Na enkele tussenstops arriveerden we om 15.00 uur in Suite Novotel te Rouen. Nadat een ieder zich had opgefrist vertrokken we naar het centrum van Rouen voor een stadstour met een treintje. Na de stadstour kreeg ieder de gelegenheid een eigen invulling te geven aan zijn verblijf. De weergoden waren ons zeer goed gezind. En bij een temperatuur van 28ºC zocht menigeen een terrasje voor een hapje en een drankje.

 

De bezienswaardigheden:

Rouen is de hoofdstad van het departement Seine-Maritime en telt 111.805 inwoners. Rouen is een stad met een rijk verleden die door zeehandel en industrie tot bloei gekomen is. Gelegen aan de Seine, was de stad achtereenvolgens Keltische handelspost, Romeinse garnizoensstad en Vikingkolonie. De viking Rollo werd in 911 de eerste hertog van Normandië en maakte Rouen tot hoofdstad. In de 13e eeuw kwam Rouen weer terug onder het Franse beheer en een eeuw lang ging het de stad voor de wind. In 1419 viel Rouen na een beleg tijdens de Honderdjarige oorlog onder Engels bewind. Het is in die tijd dat het boerenmeisje uit Domrémy, Jeanne d’Arc, stemmen hoort die haar opdragen Frankrijk van de Engelsen te redden. Ze leidt de Fransen naar de overwinning in Orléans waarna de kroning volgt van Charles VII. Ze wordt gevangen genomen door de Engelsen en na een proces, op verdenking van ketterij en hekserij, op de brandstapel omgebracht.

Rouen is een vitale en bruisende stad met een laatmiddeleeuws centrum. Ondanks zware bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn op de rechteroever nog vele bezienswaardigheden behouden. Het oude centrum met schilderachtige vakwerkgevels, musea en kerken zoals de Gotische Eglise Saint-Maclou, de Eglise Abbatiale St Ouen, Cathédrale Notre-Dame en de eeuwenoude stadspoort met de Gros Horloge geven de stad zijn grandeur.

 

Op de Place du Vieux Marché staat de Eglise Sainte Jeanne d’Arc. Eeuwenlang vormde het plein het decor voor belangrijke executies. Thans wordt hier ook de herinnering levend gehouden aan Jeanne d’Arc, de nationale heldin van Frankrijk. Een groot kruis markeert de plek waar haar doodvonnis werd voltrokken op de brandstapel op 30 mei 1431. Op dit plein staat pas sinds 1979 de Eglise Sainte Jeanne d’Arc, een kerk met de bijzondere vorm van een omgekeerd schip. De buitenkant, duidelijk modern, lijkt op de zee met een dakbedekking van schubben van leien of koper.

 

Op de Place de la Pucelle d’Orléans staat het imposante Hôtel de Bourgtheroulde. In de 16e eeuw liet de heer van Bourgtheroulde, Guillaume le Roux, een pand optrekken dat qua stijl zowel de late gotiek als de renaissance zou uitdragen. Zijn zoon zette de werkzaamheden voort en verfraaide het bouwwerk met flamboyant-gotische pinakels en bas-reliëfs.

 

Rue du Gros Horloge, deze straat is de kortste verbinding tussen de Place de la Cathédrale Notre-Dame en de Place du Vieux Marché. Het is de voornaamste winkelstraat van Rouen. Midden in de straat staat de Gros Horloge. Waar ooit een stadspoort toegang gaf tot het oude Rouen, werd tussen 1527 en 1529 een bouwwerk in Renaissancestijl neergezet: de Gros Horloge. 

Onder de kroonlijst met schapen, die wijzen op het belang van de wolverwerking, lijkt de klok met één oog op het winkelende publiek neer te kijken. Dat ene oog is de wijzerplaat van de klok. In de bewegingen van de klok verschijnen de diverse maanfasen en mythologische figuren. Elke dag van de week wordt uitgebeeld door een Romeinse god met een of twee tekens van de dierenriem. Het poortgebouw van de Gros Horloge wordt geflankeerd door een klokkentoren uit 1390.

Evenwijdig aan de Rue du Gros Horloge loopt de Rue aux Juifs waar het Palais de Justice is gevestigd. De westelijke vleugel is het oudste deel van het paleis. De bouw begon in 1499 en werd voltooid in het midden van de 16e eeuw. Het paleis is lange tijd centrum geweest van de financiële administratie en rechtspraak van Normandië. De Middeleeuwse kern van het vooral in de 19e eeuw sterk uitgebreide gebouw bestaat uit de westelijke en noordelijke vleugel rond de binnenplaats. In de linkervleugel bevindt zich de Salle des Pas Perdus waar eens Corneille pleitte.

 

Op de Place de la Cathédrale overheerst de Cathédrale Notre-Dame het plein.

Het Syndicat d’Initiative is hier ook gevestigd in een vroeg 16e eeuws pand.

De bouw begon halverwege de 12e eeuw op de plek van twee eerdere kathedralen: de eerste 4e eeuws, de tweede 11e eeuws, waarvan de crypte nog resteert. Na een brand in 1200 werd tot de 16e eeuw aan de huidige kathedraal gewerkt. Hij overleefde de vier eeuwen daarna maar werd verwoest bij een bombardement op 19 april 1944. Slechts twee luchtbogen weerhielden het gebouw er van in te storten. Er worden nog altijd reparaties uitgevoerd.

In de Cathédrale Notre-Dame zijn de diverse fasen waarin de gotiek tot uiting kwam  vertegenwoordigd, waardoor kenners haar betitelen als één der mooiste kerken van Frankrijk. Dit gotische meesterwerk wordt gedomineerd door de beroemde westfaçade met zijn twee torens waarvan Claude Monet, in de jaren negentig van de 19e eeuw, dertig schilderijen maakte. Het zijn de Tour Saint Romain en de Tour du Beurre. Deze laatste toren is bekostigd uit de belasting op de consumptie van boter in de vastentijd. De toren met zijn gietijzeren spits is 151 m. hoog en de hoogste toren van Frankrijk.

Bron: Capitool reisgids Frankrijk

Zie ook www.rouentourisme.com

 

 

Zaterdag 24 september vertrok de bus om 08.30 uur naar Giverny voor een bezoek aan de tuinen van Monet. De “TomTom” bracht ons via de kortste route over zeer smalle wegen naar Giverny. De wegen waren zo smal dat we niet verder konden en Jan, onze geweldige chauffeur, loodste de bus honderden meters achteruit door bochten en tussen paaltjes door.

Een ieder hield de adem in. Jan bleef kalm en bedaard en we kwamen veilig aan bij de tuinen van Monet. Hulde aan Jan!!!

Na het bezoek aan de tuinen werd er een heerlijk driegangen dejeuner geserveerd in restaurant “Les Nymphéas”. De wijn vloeide rijkelijk en er heerste een opperbeste stemming.

De terugreis naar Rouen verliep dan ook rustig!

In Rouen ging eenieder zijn eigen weg.

 

De bezienswaardigheden:

 

Les Jardins de Claude Monet

Claude Monet wordt gezien als een van de grondleggers van het Impressionisme, een vernieuwende stroming in de schilderkunst in de tweede helft van de 19e eeuw.

Claude Monet werd geboren in 1840 in Parijs, maar groeide op in Le Havre. Zijn familie verwachtte dat hij het familiebedrijf, een kruidenierszaak, zou voortzetten maar zijn enige interesse betrof echter de schilderkunst. Op zijn zestiende maakte  hij kennis met de schilder Boudin, die een belangrijke rol in zijn leven zou spelen. Hij leerde hem schilderen met olieverf en technieken om buiten te werken. Op zijn negentiende vertrok Monet naar Parijs.

Hier ontmoette hij Bazille, Lepic, Renoir en Sisley.  Hij schilderde in Barbizon, net als Millet en Daubigny, in de open lucht. In hetzelfde jaar ontdekte Monet, Manet.

Doordat Monet geen succes had (zijn werk werd geweigerd door de officiële Salon), verkeerde hij voortdurend in geldzorgen. Vaak was hij voor steun afhankelijk van vrienden.

In 1870 vertrok hij naar Engeland om zo aan de Frans-Pruisische oorlog te ontkomen. In Engeland werd hij sterk beïnvloed door de werken van Turner en Constable. In 1871 verbleef hij enige tijd in Zaandam, waar hij ook schilderde. Vervolgens keerde hij terug naar Frankrijk, waar hij ging wonen in Argenteuil aan de Seine.

Net als Daubigny bouwde hij zijn atelier op een boot en hield zich op zijn tochten bezig met de wisselende lichtval op de rivier. Water is altijd een grote rol blijven spelen in zijn artistieke carrière.

In 1874 waren de impressionisten eindelijk in staat gezamenlijk te exposeren. Het was een schilderij van Monet uit 1872, Impression: soleil levant, (Impressie, zonsopgang), waar de groep zijn naam aan ontleende. Het succes liet echter op zich wachten en de financiële zorgen werden alleen verlicht door vrienden als Manet, die schilderijen van hem kochten. In 1879 stierf zijn vrouw Camille.

In 1883 verhuisde Monet naar Giverny waar hij ging wonen met zijn minnares Alice Hoschedé, samen met zijn eigen twee zoons en de zes kinderen van Alice.

In 1892 trouwden ze, na de dood van de man van Alice. Het jaar 1892 was ook het jaar waarin Monet zijn schilderijen van de Kathedraal van Rouen schilderde. Dit was de eerste serie die hij schilderde, waarbij hij rekening hield met de verschillen van lichtinval op verschillende tijden van de dag. Dit thema ging in zijn werk een steeds grotere rol spelen. Ook kreeg hij voor het eerst in zijn leven financiële zekerheid. Zijn nieuwe hobby, tuinieren, werd het nieuwe middelpunt van zijn werk. Zijn eigen tuin, met een vijver met waterlelies en een bruggetje, kwamen steeds meer centraal te staan in zijn werk.

Eind 19e eeuw werd Japan voor het Westen toegankelijk, wat sterk werkte tot de verbeelding van kunstenaars. Monet was geen uitzondering, zoals zijn Japanse tuin laat zien. Toen hij financieel in staat was dit stuk land te kopen, begon hij met het verleggen van de rivier de Epte om een vijver te creëren. Al spoedig werd deze overbrugd door een boogbrug en omringd door bamboe en andere vegetatie die aan het Oosten herinnert. Monet besteedde de rest van zijn leven aan het op doek vastleggen van de essentie van schaduw en licht, de gedempte tinten, de wisteria en de waterlelies.

In 1897 toen de Japanse tuin tot volle wasdom was gekomen, begon Monet aan zijn beroemde reeks waterlelies. Hij liet een atelier in de tuin bouwen om op grotere doeken te werken.

In de laatste jaren van zijn leven had Monet last van staar, wat zijn werk beïnvloedde. In tijden van staar kregen zijn schilderijen andere kleuren. Operaties hielpen hem echter. Hij bleef schilderen tot aan zijn dood. Hij overleed aan kanker op 5 december 1925.

 

 

Zondag 25 september werd de bagage ingeladen en vertrok de bus om 09.00 uur naar Amiens om de Kathedraal Notre-Dame te bezoeken.

Daarna was er nog gelegenheid om Amiens te verkennen, koffie te drinken en te lunchen.

Om 14.00 uur vertrok de bus richting Nederland. Het laatste deel van de reis werd muzikaal en vocaal opgeluisterd door Bram, Wil en Linda.

Na een voorspoedige reis en een tussenstop in Oosterhout (afzetten reisgenoten, Meerkerk (diner), Alkmaar (afzetten reisgenoten) arriveerden we vermoeid maar voldaan en met schorre kelen om 21.45 uur in Den Helder.

 

De bezienswaardigheden:

Amiens: Cathédrale Notre-Dame

In Amiens staat een van de belangrijkste kathedralen van Frankrijk, de Notre-Dame, die sinds 1981 is opgenomen in de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Het is de grootste gotische kathedraal van Frankrijk.

Enkele cijfers over de kathedraal:

  • oppervlakte: 7.700 m², dat is ongeveer 15 voetbalvelden
  • volume: 200.000 m³, dat is 2x de Notre-Dame van Parijs
  • hoogte: 112,70 m  tot aan de windhaan
  • lengte: 145 m
  • breedte: 70 m op het breedste punt

Dankzij de lakenhandel was Amiens in de 13e eeuw een rijke stad en daarbij hoorde een kathedraal van formaat. In 1220 werd begonnen met de bouw van de kathedraal die een onderkomen zou bieden aan het hoofd van Johannes de Doper. Zijn hoofd was in 1206 meegenomen door de Kruisvaarders en oefende een grote aantrekkingskracht uit op pelgrims. De Notre-Dame werd binnen 50 jaar voltooid en is een bouwkundig meesterwerk. Halverwege de 19e eeuw werd de kathedraal gerestaureerd door de architect Viollet-le-Duc; hij restaureerde ook de Notre-Dame in Parijs en het Château de Pierrefonds. 

De kathedraal straalt een architectonische eenheid uit. Toch dankt het gebouw zijn faam niet aan zijn omvang maar aan zijn versieringen. “De bijbel van Amiens”, zo noemde de Engelse dichter John Ruskin de kathedraal omdat de voorgevel versierd is met tientallen Bijbelfiguren. Boven het hoofdportaal, is het timpaan versierd met afbeeldingen uit het Laatste Oordeel en de Beau Dieu, een beeld van Christus in het midden. Een ander zeldzaam mooi beeld is de “Vierge dorée (ooit geheel verguld) aan de deurpijler van het zuidportaal .Zij behoort met haar lieve glimlach tot de mooiste sculpturen van de 13e eeuw.

Op de 110 eikenhouten koorbanken uit het begin van de 16e eeuw zijn mythische en hedendaagse personen uitgebeeld.

Door de rijke burgerij beschermd, bleef de kathedraal tijdens de Honderdjarige Oorlog en de Franse Revolutie, in tegenstelling tot veel andere kathedralen, vrijwel ongeschonden.

Na de Tweede Wereldoorlog rees zij, vrijwel onbeschadigd, boven de puinhopen van de platgebombardeerde stad uit.

zie ook www.amiens-tourisme.com

 

Een foto-impressie: zie foto’s

Verslag: Nancy Jager – Mullens

Bronnen: internet, capitool reisgids