Culturele avonden 2011-2012

26 maart 2012            Katja Cohen: Voyages et Rêves    De discrete charme van de Franse poëzie

Katja CohenHeel geconcentreerd en geïnteresseerd luisterde het publiek tijdens de voordracht “Voyage et Rêve”, die Katja Cohen samen met de gitarist Johan Sterken bracht voor de Alliance Française Meppel. Hun thema reizen en dromen bevat heel veel aanknopingspunten. Dit gold zeker voor de 19e eeuwse Franse dichters, waarbij vooral de “exotische`’ wereld te ontdekken viel. Dankzij het reizen, de vernieuwende techniek maar ook de geestverruimende middelen kwamen er veel “onbekende” oorden in beeld.  Met gevoel voor detail en veel expressie in woord en gebaar vertolkte Katja Cohen de poëzie van Théophile Gauthier, Victor Hugo, Leconte de Lisle, Baudelaire en Rimbaud. Leconte de Lisle, geboren op Réunion, fantaseert en droomt over een niet-bestaande jaguar die over het eiland sluipt. Een mooi beschrijvend en beeldend voorgedragen gedicht van een schrijver die hunkert naar zijn geboortegrond, die hij op 18-jarige leeftijd moest verlaten. Het talrijke publiek werd dankzij het genuanceerde en gevoelige gitaarspel van Johan Sterken direct in de juiste stemming gebracht. Het meedromen bij de reizen van de dichters, koste daarom weinig moeite. Charles Beaudelaire beschrijft in zijn “Invitation au voyage” een heel herkenbaar landschap, het Nederlandse. Opmerkelijk genoeg kende hij ons land alleen door de schilderijen van Vermeer. Beaudelaire schrijft in rake bewoordingen over de orde, luxe en schoonheid die hij daar ziet. Heel goed gekozen, tot besluit, was het gedicht in proza “Le port” van Charles Beaudelaire. In de haven komt de reiziger vermoeid aan,maar tegelijkertijd vertrekt een volgende reiziger alweer. Net als het beeld van het strand, het water komt en gaat. Deze tekst van Beaudelaire vormde een prachtige afronding van deze voordracht.

De Alliance Française Meppel ziet aan het eind van het culturele seizoen terug op een heel bijzondere avond.

 

 

13 februari 2012            Pagnol II        Marcel Pagnol, le temps perdu

le_chateau_de_ma_mereBuiten dooide en druilde het, binnen warm en vol, bij de vertoning van Marcel Pagnol ‘s “le chateau de ma mère” bij de Alliance Française Meppel. Een jeugd in de Provence lijkt zorgeloos, met alle fraaie natuurbeelden, maar de kleine Marcel heeft ook zijn kinderlijke zorgen. Hij kan niet eindeloos genieten van al het moois rondom het vakantiehuis van zijn ouders, want hij wordt op ouderwets degelijke wijze klaargestoomd (zeg maar gedrild) voor het vervolgonderwijs. Vader, de principiële en zeer betrouwbare plattelandsonderwijzer, heeft het er toch wat moeilijk mee als het doel behaald is. “Je gaat meer weten dan ik” zegt hij tegen zoonlief, maar die zegt toe hem bij te spijkeren, zodat ze weer allebei evenveel weten. Marcel’s “vakantievriendinnetje” is wat gecompliceerder, met  een superieure houding van de adel waarbij ze zichzelf heeft ingedeeld, dwingt ze haar kleine bewonderaar tot dienstbaarheid, verregaande toewijding en onderdanigheid. Marcel wordt ook hierin ouder en wijzer. Hilarisch zijn de sluippartijen “en famille” om voor de eigenaren van de landgoederen verborgen te blijven. De korte doorsteek is heel spannend en, vooral gezien door kinderogen, steeds weer een avontuur. Eerder regisseerde Marcel Pagnol zelf deze film in zwart-wit, waarbij hij per toeval het kasteel uit het verhaal terugvond. Zijn jeugd en leven in de Provence bleek een onuitputtelijke bron van warmte, herinneringen en nostalgie. De film “le chateau de ma mère” gedraaid bij de Alliance Française Meppel illustreerde deze zonnige ode aan de Provence uit Pagnol’s jeugd.

 

16 januari 2012            lezing Denis Madon (Denis de France)    Meeuwengekrijs en Motorgepruttel

camping les flots bleusDenis Mandon is een prima ambassadeur van de Franse film.  Tijdens de afgelopen avond van de Alliance Française Meppel bracht hij een hilarische verrassingsfilm mee, die zich afspeelde op een Franse camping in de buurt van Arcachon. Alle typetjes en clichés waren aanwezig, maar het werd er niet minder leuk om. De playboy uit Dijon, de oudgediende die al 30 jaar op dezelfde plek staat en de man die een scheve schaats gereden heeft. Allemaal zijn ze aanwezig op de camping “les Flots Blues”.  Tot de dag dat er allerlei onverwachte dingen gebeuren en ze uit hun vaste patroontje raken. Dit door de komst van een snob uit Parijs, een plastisch chirurg die alles met veel superioriteit bekijkt.

De bezoekers van de conférence werden deugdelijk voorbereid op de vocabulaire van de film, met veel “argot” en woorden die je zelf niet al te snel in de mond zou nemen. Dat “les tongs” slippers betekent in datzelfde argot vergeet je niet gauw meer na de onvergetelijke dansscène met dit schoeisel. Via een geweldig leuke, maar niet gemakkelijke, oefening kwam je in de sfeer van de film en het taalgebruik op de camping, waarbij we veel fraaie nieuwe uitdrukkingen rijker werden.

De film was geïmporteerd via contacten van Denis Mandon in de wereld van de films voor doven en slechthorenden in Frankrijk. Zo werd elk geluid trouw aangekondigd via de Franse ondertiteling. Je las dat er meeuwen gingen krijsen, een auto zou vastlopen en dat de mensen in hun handen klapten. Dit gaf de film een extra dimensie en daardoor werd het een heel bijzondere en plezierige ervaring.

 

12 december 2011           lezing Vanessa Gauthier     La France des villes et des petites villages

paul dans sa vie“Kijk vooral goed naar de plattegrond van een stad of dorp”, herhaalde Vanessa Gauthier tijdens de zeer geslaagde conférence voor de Alliance Française Meppel. Aan de hand van de plattegrond zie je de geschiedenis voor je. Waar stond het kasteel, waar de kerk, was er veel bos via de omgeving of juist harde steen zoals graniet. Het materiaal vertelt het verhaal in de constructie van huizen voor het dorp of de stad. Tot de laatste plaats bezet was de ruimte waarin Mme Gauthier met veel passie over haar land Frankrijk en haar geboortegrond de Auvergne vertelde. Frankrijk met zijn recordaantal gemeenten is een land rijk aan landschappelijke variatie en dit is bepalend geweest voor het ontstaan van dorpen en steden. Veel steden werden in de Romeinse tijd volgens vaste rasterpatronen aangelegd, theater en aquaducten vinden wij terug in steden als Nîmes en Fréjus. De gilden drukten hun eigen stempel op de stad, de koperslagers, de leerlooiers en de smeden hadden hun eigen wijk waar de stank van het bedrijf bepaalde hoe ver je van het centrum zat. Tot de 19e eeuw was de samenleving in de steden en de dorpen tamelijk gesloten. Dit had te maken met de veiligheid, maar ook met het uitsluiten van concurrentie. Vanwaar het pittoresk vooruitsteken van de eerste verdieping? De begane grond week naar achter en was dus minder groot. Het werd verklaard aan de hand van het belastingstelsel. Je betaalde afhankelijk van het aantal vierkante meters, die op de grond bebouwd waren. Veel rénaissance en laat-17e eeuwse huizen zijn volgens dit principe gebouwd. Na die 17e eeuw zijn vele ommuringen gevallen, men vreesde geen gevaar meer van buitenaf. Steden werden verfraaid, zoals ook Parijs, om meer overzicht te krijgen en de verpauperde buurten kwijt te raken. Alle 22 streken van Frankrijk hebben hun eigen bouwstijl, vaak ontstaan dankzij de grondstoffen ter plekke, de stevige granieten huizen in Bretagne werden gebouwd met het solide materiaal daar voorhanden. Waar we houten vakwerkhuizen zien, is vaak een bos vlakbij. Dakbedekking van leisteen verraadt de aanwezigheid van deze grondstof aldaar. De bezoekers van de Alliance Française conférence waren onder de indruk van wat er nog steeds voor fraais, zowel heel oud als modern, te zien is in een Frankrijk dat goed voor zijn patrimoine zorgt.

 

7 november 2011            lezing Giulia Franceschino over Claude Lorrain       Claude Lorrain in het licht

Claude Lorrain Apollon et les musesEigenlijk is het leven van Claude Lorrain voor een deel een mysterie, zei Madame Franceschini tijdens haar lezing voor de Alliance Française Meppel. We weten dat hij uit Lotharingen kwam, vandaar zijn naam Lorrain, dat hij als 13-jarige vertrok naar Italië en dat hij in Rome terecht kwam tussen de Vlaamse schilders die zich daar gevestigd hadden en er een soort club vormden (les Fiamingi). Gevormd door leermeesters Tassi, Wals en Deruet legde hij zich vooral toe op het landschapsschilderen.  Tijdens zijn schilderscarrière werd hij al gekopieerd en het zal daarom zijn dat hij in een speciaal boekje nauwkeurig bijhield (met een schets) wat hij schilderde en wat er mee gebeurde. Veel van de getoonde kunstwerken bleken afkomstig uit het Haarlems Teylers museum waar momenteel een fraaie tentoonstelling is van Lorrains werk. Daarnaast toonde Madame Franceschini  werk uit het Louvre en uit Engeland waar thans ook veel aandacht aan Claude Lorrain besteed wordt.  Zijn invloed op de Engelse tuin werd aan de hand van een aantal schilderijen (zoals Apollon et les muses) duidelijk aangetoond. Het schilderen van personages ging Lorrain minder soepel af, maar zijn havengezichten en zonsondergangen waren imponerend. Paus Urbanus de VIIIe was een trouwe afnemer van Lorrains schilderijen. Hij liet er ook weer kopieën van maken voor zijn verschillende verblijven. De natuur en het landschap blijft van alle tijden. De fraaie 17e eeuwse schilderijen van de Franse schilder Claude Lorrain zijn hier een overtuigend voorbeeld van. Een zeer inspirerende avond die vast veel toehoorders de weg naar het Teylers museum, met zijn Lorrain tentoonstelling, doet inslaan.

 

10 oktober 2011 lezing Marcel Zwitser over Maurice Ravel   De Boléro brengt je in een roes.

Lheure_espagnole2Marcel Zwitser vergeleek het beroemdste stuk van Maurice Ravel, de Boléro, met de minimal music. “De herhaling van het ritme, de oplopende spanning, het brengt je soms in een roes”, zei hij op de eerste culturele avond van de Alliance Française Meppel. Was dat omdat Ravel al ziek was en hij zich ging toeleggen op het meest essentiële of was het een logisch gevolg in zijn ontwikkeling als componist? De geleerden zijn het er niet over eens: kan een ziekte in de hersenen tot zulke mooie composities leiden? Waar de bezoekers van de conférence op maandag 10 oktober het wel over eens waren, was dat Marcel Zwitser  met zijn intrigerende onderwerp Maurice Ravel, weer voor een enorm boeiende en meeslepende avond had gezorgd. Deze eigenzinnige kleine man, bij piano van het conservatorium gestuurd maar voor compositie weer binnen gelaten, koos altijd zijn eigen koers. Hij werkte geconcentreerd en gedisciplineerd, soms een paar jaar aan één muziekstuk (Daphnis en Chloé). Zijn interesse voor Spanje en Spaanse elementen in zijn muziek kwamen zonder twijfel van zijn Spaanssprekende Baskische moeder. De precisie van de horlogemaker zat ook bij hem in de genen via een Zwitserse grootvader, die dit vak tussen de klokken beoefende. Hiervan zagen we leuke beelden uit de miniopera “l’Heure Espagnole”, onlangs nog opgevoerd bij de Reisopera. De Eerste Wereldoorlog was een markeringsmoment in zijn oeuvre. De innemende wals (ode aan Johan Straus), waar Marcel Zwitser mee begon, eindigde in sombere en onheilspellende muziek. Daar zat wel de Eerste Wereldoorlog, en ruim 10 jaar tussen, waarin Ravel verschillende vrienden verloor. Voor Paul Wittgenstein, die zijn rechterarm verloor, maakte hij een “Concerto pour la main gauche”. Ravel’s faam zal altijd blijven zijn Boléro, waarmee een zeer geslaagde Alliance Française avond in grote stijl afgesloten werd.